Geld belangrijker dan frisse lucht

Nederland blijft sukkelen op het gebied van groene energie. Duurzame energieopwekking kan sinds 2015 aan ruim 25 procent van de wereldwijde energiebehoefte voldoen. Maar in Nederland stokt dit percentage al jaren op 5 procent. De overheid voert de hoge kosten op als argument, maar is zij daarin wel eerlijk naar de burger?

Marokko opende dit jaar een van de grootste zonnepanelenparken ter wereld en in Noorwegen wordt de aanschaf van auto’s die rijden op fossiele brandstoffen binnen de aankomende tien jaar verboden. Ook Duitsland zet zich flink in. Nu is daar ruim een kwart van de energievoorziening duurzaam, in 2025 moet dat het dubbele zijn. De Nederlandse doelstelling is om in dezelfde periode te stijgen naar 16 procent.

Terwijl onze overheid aan de ene kant klimaatakkoorden ondertekent, vermindert het aan de andere kant de subsidies voor duurzaamheid. Wellicht is groene energie een bedreiging voor de inkomsten voor onze staatskas. De Brits-Nederlandse oliemaatschappij Shell heeft namelijk een winstopbrengst die in de miljarden loopt. Daarmee is dit bedrijf zeer gunstig voor onze economie.

Lobby
Kan een winstgevend bedrijf als Shell de oorzaak zijn van de trage ontwikkelingen in Nederland? Econoom Sybren Bosch meent van wel. “Als je kijkt naar de Dieselgate dan zie je hoe sterk de lobby is.” Hij doelt hier op de druk die de auto-industrie op Merkel uitoefende. “Het was die industrie die zei: ‘Als je hier nu niets aan gaat doen, dan ondersteunen wij jou niet meer als premier in de vluchtelingencrisis en bij andere debatten.’” Er zijn inderdaad geruchten dat Merkel gelobbyd heeft voor giganten zoals BMW. De olie-, en auto-industrie lijken de politiek daarmee voor hun karretje te spannen. Ben van Beurden, CEO van Shell, geeft zelfs aan dat zolang overheden niet voldoende laten zien dat zij het menen met het beschermen van het milieu, er niets zal veranderen bij de oliegigant.

shell
Welke invloed hebben oliemaatschappijen achter de schermen?

Toch is de lobby niet de enige veroorzaker volgens Bosch. Volgens hem zijn burgers te veel gericht op economisch gewin en politici op de herverkiezingen. “Landelijk heb je maar vier jaar om jezelf te laten zien. Als je in die vier jaar niet genoeg bereikt hebt, dan wordt je gewoon weggestemd bij de volgende verkiezingen. Je wordt nu eenmaal het meest afgerekend op economie….” Politici willen daarom graag laten zien dat ze op korte termijn geld in het laatje kunnen brengen. En ecologie zal eerst geld gaan kosten voor het iets kan gaan opleveren.

Kapitaliseren
Bosch legt met zijn uitspraak de vinger op de zere plek. Economie speelt een grote rol. Daar is iedereen het mee eens. Zo ook bioloog en journalist Simon Rozendaal. “Bij de keuze van energiebronnen hoort prijs, welvaart, geostrategie, luchtvervuiling en klimaat een rol te spelen.” Het milieu is voor Rozendaal belangrijk, maar de kosten van het overstappen op groene energie is volgens hem moeilijk te meten. De enige parameter die daadwerkelijk in waarde is uit te drukken is de prijs. De kosten en baten kunnen we zien in euro’s, maar hoe plak je een prijskaartje op de natuur?

Volgens Bosch kan dat enkel door de andere parameters te kapitaliseren. “Het hele idee achter het natuurlijk kapitaal is om te kijken of je door het kapitaliseren van natuurwaarden kan komen tot een eerlijke vergelijking. Tot zo ver er een eerlijke vergelijking kan zijn. En wat voor beslissingen je moet nemen.” In Nederland proberen we de ecologie te kapitaliseren door bijvoorbeeld een ‘economische opbrengst’ per hectare bos te stellen. Zo kan er overwogen worden of het kappen van het bos financieel meer zal opleveren dan wanneer je het laat staan. Het gevaar is echter dat je hierdoor op sommige locaties meer ecologie kan krijgen en verstedelijking op andere plaatsen. Deze beslissingen worden namelijk op gemeentelijk en landelijk niveau bepaald. Als er in Brabant voldoende bos staat kan er in Amsterdam best nog wat gekapt worden, terwijl er daar zo weinig is. “Het basale probleem is dat alles in economische indicatoren uitgedrukt wordt. Het gaat gewoon om geld.” Het lijkt er sterk op dat we vast zitten in een vicieuze cirkel.

Denkwijze veranderen
Ondanks de verschillende pogingen lijkt de politiek grote veranderingen nog niet aan te durven. Dat lijkt economisch een goede zet, maar blijkt in de praktijk heel anders. Zo geeft Femke Halsema in een van haar columns aan dat de overheid met een paar simpele aanpassingen, de uitstoot flink kan drukken. Daarin heeft Halsema gelijk. Daarnaast zal de overheid zich ook meer moeten gaan richten op de opbrengsten die vergroening met zich mee brengt. Dat houdt in dat er gekeken moet worden naar het totaalplaatje. Dat vraagt een verandering in denkwijze bij politici, aldus Halsema.

Het Longfonds heeft berekend dat ziekte door fijnstof per jaar de samenleving gemiddeld 22 miljard euro kost. Dat bedrag kan mogelijk omlaag door alle huizen in Nederland van groene stroom te voorzien. Momenteel zijn er 2200 windmolens in Nederland die 2,4 miljoen huishoudens van stroom voorzien. Om alle 8 miljoen huishoudens in Nederland groen te maken zijn er 7480 extra windmolens nodig. Een molen inclusief opslag kost 2,5 miljoen. We komen dan op een eenmalige investering van 18,7 miljard euro uit. Dat ligt niet alleen onder het jaarlijkse gemiddelde van de ziektekosten, maar zal ook 32,8 miljard kilo CO2-uitstoot op jaarbasis schelen. Dat is 22 procent van de totale uitstoot (150 miljard kg in 2015) in Nederland.

windmolens
Windmolens op zee kunnen meer stroom opleveren maar zijn duurder

Deze eenmalige investering lijkt hoog, maar de kosten zijn binnen 4 jaar terugverdiend. Daarnaast maken de voordelen er vrijwel gelijkspel van. De ziektekosten zullen namelijk niet alleen met €4,8 miljard per jaar afnemen, er wordt ook werkgelegenheid gecreëerd. Mensen moeten de windmolens bouwen, onderhouden en ze moeten natuurlijk ook geplaatst worden. Daarnaast zullen de kosten per windmolen in de praktijk een heel stuk lager komen te liggen daar er meer in geïnvesteerd wordt. We krijgen te maken met een hogere vraag en aanbod waardoor er een concurrerende markt gaat ontstaan. Daarmee wordt groen volgens Bosch juist heel erg aantrekkelijk.

De windmolens zijn daarnaast ook nog eens makkelijk te financieren als Nederland de subsidies op kolencentrales stopzet of halveert. De subsidies zijn momenteel onderwerp van debat in de Tweede Kamer, maar de komende 8 jaar zal er in totaal nog zeker €32 miljard euro naar de kolencentrales gaan. Het probleem hierbij is dat dit politiek gezien moeilijk te bewerkstelligen is. Tegen de tijd dat er een motie doorheen is zijn we namelijk ongeveer 2 jaar verder. Het derde jaar zal bestaan uit dubbele kosten omdat de centrales zonder subsidie niet kunnen draaien. In het vierde jaar zullen de kosten gaan teruglopen, maar dan zijn er weer verkiezingen. Hier zien we die vicieuze cirkel wederom terug.

Dat is niet het enige probleem. De burger gooit ook spreekwoordelijke roet in het eten. Niet veel mensen zitten te wachten op een windmolen in hun achtertuin. NOS meldde in januari dat het aantal protesten toeneemt, maar dit probleem kan gemakkelijk ondervangen worden door de molens op industrieterreinen en langs snelwegen te plaatsen. Hierin mag de druk vanuit de overheid toenemen.

Revalueren
De huishouden voorzien van groene stroom is gelukkig niet het enige wat er gedaan kan worden. Een groot deel van de fijnstofuitstoot wordt namelijk veroorzaakt door auto’s die op fossiele brandstoffen rijden. Ook hier valt heel wat winst te behalen.

De overheid heeft zich als doel gesteld om in 2020 minimaal 200.000 elektrische auto’s op de weg te hebben. Dit is slechts 2,5 procent van het totaal, dat aantal kan fors omhoog. Ook kan het doel scherper gesteld worden daar de overheid hybride wagens ook meerekent. Het probleem daarmee is dat een groot aantal eigenaren van hybride wagens gewoon op fossiele brandstoffen rijdt. Deze wagens zijn nog altijd vervuilend, maar de eigenaren ontvangen desalniettemin subsidies van de overheid.

infographic 2

Femke Halsema sprak over een aantal moedige beslissingen die de overheid moet nemen om de uitstoot terug te dringen. Daar komt bij kijken dat de overheid op de feiten vooruit moet gaan lopen, in plaats van erachteraan te hobbelen. De auto-industrie maakt momenteel flinke ontwikkelingen door. Volledig elektrisch rijden wordt steeds populairder en daardoor betaalbaarder. Bedrijven zoals Tesla blijven innoveren, waardoor er in 2017 elektrische auto’s op de markt komen die qua prijs gelijk zijn aan auto’s die op fossiele brandstoffen rijden. Deze ontwikkelingen kunnen nog sneller gaan als daarin geïnvesteerd wordt.

Bosch: “Mensen moeten de overheid gaan helpen om dingen die toch al gebeuren vanuit het bedrijfsleven te gaan versnellen.” Er mag vanuit de burger scherper gekeken worden naar wat de overheid doet. Subsidies op hybride wagens zetten geen zoden aan de dijk. Waarom wordt dat geld niet anders geïnvesteerd? De subsidies zijn momenteel namelijk zo ingedeeld dat een eigenaar via fiscale voordelen binnen 5 jaar bijna de volledige kosten van zijn auto kan terugverdienen. Wanneer deze subsidies beter uitgesmeerd worden over 100 procent elektrische auto’s zal er een grotere stimulans zijn voor de consument om deze wagen te kiezen.

Daarnaast kan correcte voorlichting ook wonderen verrichten. De aanschaf van een elektrische auto kan namelijk best met die van de windmolens worden vergeleken. De eenmalige investering lijkt aan de hoge kant, maar het verdient zichzelf terug. Een persoon die volledig elektrisch rijd bespaart per jaar gemiddeld namelijk €1824 aan brandstof uit.

infographic 3
De gemiddelde autorijder legt jaarlijks 20.000 km af. Bij elektrisch rijden zouden zij flink kunnen besparen.

De burger
De markt wordt bepaald door de consument, daar zal dan ook de grootste verandering plaats moeten vinden. Dankzij de marktwerking gaan we daar in de nabije toekomst naar toe. De prijs van groene energie staat bijna gelijk aan de prijs van energie uit kolencentrales, elektrische auto’s worden voor iedereen betaalbaar en zonnepanelen steeds goedkoper. Duurzaamheid zal binnen enkele jaren niets extra’s meer hoeven te kosten. Volgens Bosch zal er zelfs een moment komen waar de markt voor duurzaamheid goedkoper zal zijn dan die voor kolen en gas.

Bedrijven als Shell proberen deze ontwikkelingen tegen te gaan en zetten in op de toekomst van fossiele brandstoffen. “De ontwikkelingen voor duurzame activiteiten binnen Shell zijn meer geboren uit maatschappelijke druk, zeker gezien de beperkte investeringen” aldus Bosch. Maar deze maatschappelijke druk blijkt heel belangrijk. De macht om te innoveren ligt bij de consument, bij de burger. Er moet een stimulans komen voor vernieuwing, er moet een wens naar zijn. We moeten af van het zakelijk model en over op een meer filosofische blik. Geld is namelijk heel aantrekkelijk en zonder een stabiele economie wordt de wereld een stuk minder prettig, maar wat heb je er aan als er geen frisse lucht meer is om in te ademen?

 

 

 

Advertenties

Een gedachte over “Geld belangrijker dan frisse lucht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s